Psoriasis: factoren die een rol spelen
- Hebben spanningen en stress invloed op psoriasis?
- Heeft klimaat invloed op psoriasis?
- Heeft roken invloed op psoriasis?
- Ik heb psoriasis en ik ben zwanger. Heeft de zwangerschap invloed op mijn huidziekte?
- Ik heb psoriasis. Hoe groot is de kans dat mijn kinderen het ook krijgen?
- Kunnen geneesmiddelen psoriasis verergeren?
- Mijn vrouw zegt dat ik psoriasis heb omdat ik nogal wat alcohol drink. Kan ze gelijk hebben?
- Speelt voeding een rol bij psoriasis?
- Wat gebeurt er in de huid van psoriasisplekken?
- Welke invloed heeft geslacht op psoriasis?
Anderzijds kan het hebben van psoriasis zelf natuurlijk ook aanleiding zijn tot stress. De kwaliteit van leven kan daardoor ernstig worden aangetast. Deze mensen reageren vaak minder goed op behandeling van hun psoriasis dan mensen die niet zoveel moeite hebben met hun psoriasis. Wanneer ze hiervoor begeleiding krijgen (bijvoorbeeld door een psycholoog) en de stress vermindert, dan kan ook de behandeling van de psoriasis betere resultaten geven.
Erfelijke aanleg speelt bij psoriasis een belangrijke rol. Bij familieleden in de eerste graad (ouders, kinderen, broers, zusters) en de tweede graad (ooms, tantes, neven, nichten) van mensen met psoriasis komt de aandoening vaker voor dan bij mensen zonder psoriasis. Een kind heeft een kans van ongeveer 10-20% om psoriasis te krijgen wanneer één van de ouders psoriasis heeft en van wel 50% wanneer beide ouders psoriasis hebben. Iemand die een zus of een broer met psoriasis heeft, maar geen andere familieleden die de ziekte ook hebben, heeft ongeveer 6% kans om zelf ook psoriasis te krijgen.
In veel boeken en artikelen wordt geschreven dat bepaalde geneesmiddelen psoriasis kunnen veroorzaken of verergeren. Tot die medicijnen behoren middelen tegen hoge bloeddruk (betablokkers en ACE-remmers), lithium (tegen depressie), middelen tegen malaria, en ontstekingsremmende pijnstillers zoals diclofenac, ibuprofen en naproxen. Ook het plotseling
stoppen van prednison en soortgelijke medicijnen (bijnierschorshormonen) zou psoriasis kunnen veroorzaken of verergeren.
Hiernaar is echter weinig (goed) onderzoek gedaan. Lithium en de antimalariamiddelen lijken inderdaad dit effect te kunnen hebben, maar van de andere genoemde medicijnen is het erg onzeker.
Voeding lijkt geen invloed te hebben op psoriasis en het volgen van een dieet beïnvloedt de ziekte niet.
Het aantal keratinocyten dat zich in de opperhuid deelt is ongeveer 7x groter dan normaal. De celdeling hiervan wordt gestimuleerd door verschillende zogeheten groeifactoren. De haarvaten (de kleinste bloedvaatjes) in het oppervlakkige deel van de lederhuid (direct onder de opperhuid) zijn uitgezet en verlengd. Er is een viervoudige toename van deze bloedvaatjes. Deze toename lijkt veroorzaakt te worden door stoffen die worden afgescheiden door de keratinocyten in de opperhuid, waaronder groeifactoren voor bloedvaten. In psoriasisplekken is ook een duidelijke toename te zien van verschillende soorten ontstekingscellen. De belangrijkste daarvan zijn geactiveerde T-cellen en neutrofiele granulocyten. Deze cellen lijken een belangrijke rol te spelen bij het ontstaan van psoriasisplekken. Waardoor de T-cellen ‘geactiveerd’ worden is op dit moment nog niet bekend. Men denkt daarbij onder meer aan een auto-immuunreactie, dat wil zeggen dat het immuunsysteem (het afweersysteem) zich tegen de eigen weefsels richt.
