Veelgestelde vragen
FACTOREN DIE BIJ PSORIASIS EEN ROL SPELEN
VERSCHIJNSELEN VAN PSORIASIS
BEHANDELINGEN
Lokale therapie
Antwoorden:
Heeft klimaat invloed op psoriasis?
Klimaat lijkt inderdaad invloed te hebben op psoriasis. In landen die verder verwijderd zijn van de evenaar komt psoriasis vaker voor dan in landen die daar dicht bij liggen. Ongeveer 2/3 van alle mensen bij wie de diagnose psoriasis wordt gesteld, komt voor het eerst bij een arts in de winter of het voorjaar. Daarnaast heeft blootstelling aan zonlicht over het algemeen een gunstige uitwerking op psoriasis.
Welke invloed heeft geslacht op psoriasis?
Waarschijnlijk geen enkele. Bij mannen komt psoriasis even vaak voor als bij vrouwen en ook het beloop lijkt niet anders te zijn. Uit sommige studies komt wel het beeld naar voren dat psoriasis bij vrouwen gemiddeld op iets jongere leeftijd begint.
Ik heb psoriasis. Hoe groot is de kans dat mijn kinderen het ook krijgen?
Erfelijke aanleg speelt bij psoriasis een belangrijke rol. Bij familieleden in de eerste graad (ouders, kinderen, broers, zusters) en de tweede graad (ooms, tantes, neven, nichten) van mensen met psoriasis komt de aandoening vaker voor dan bij mensen zonder psoriasis. Een kind heeft een kans van ongeveer 10-20% om psoriasis te krijgen wanneer één van de ouders psoriasis heeft en van wel 50% wanneer beide ouders psoriasis hebben. Iemand die een zus of een broer met psoriasis heeft, maar geen andere familieleden die de ziekte ook hebben, heeft ongeveer 6% kans om zelf ook psoriasis te krijgen.
Kunnen geneesmiddelen psoriasis verergeren?
In veel boeken en artikelen wordt geschreven dat bepaalde geneesmiddelen psoriasis kunnen veroorzaken of verergeren. Tot die medicijnen behoren middelen tegen hoge bloeddruk (betablokkers en ACE-remmers), lithium (tegen depressie), middelen tegen malaria, en ontstekingsremmende pijnstillers zoals diclofenac, ibuprofen en naproxen. Ook het plotseling stoppen van prednison en soortgelijke medicijnen (bijnierschorshormonen) zou psoriasis kunnen veroorzaken of verergeren.
Hiernaar is echter weinig (goed) onderzoek gedaan. Lithium en de antimalariamiddelen lijken inderdaad dit effect te kunnen hebben, maar van de andere genoemde medicijnen is het erg onzeker.
Ik heb psoriasis en ik ben zwanger. Heeft de zwangerschap invloed op mijn huidziekte?
Bij ongeveer de helft van de vrouwen met psoriasis beïnvloedt de zwangerschap de ernst van de huiduitslag. De kans dat psoriasis verbetert in de zwangerschap (40%) is veel groter dan dat de ziekte zal verergeren (14%). In de 3 maanden na de bevalling is de situatie precies andersom: verbetering bij 11% en verergering bij 54%. In enkele gevallen kan tijdens de zwangerschap een zeldzame variant van psoriasis ontstaan, de zogeheten gegeneraliseerde psoriasis pustulosa.
Hebben spanningen en stress invloed op psoriasis?
Er zijn diverse aanwijzingen dat stress een belangrijke rol speelt bij het ontstaan en verergeren van psoriasis. Ongeveer 60% van de mensen met psoriasis wijst stress als een belangrijke oorzaak voor hun huidziekte aan. De mate van stress komt vaak overeen met de ernst van de huidziekte.
Anderzijds kan het hebben van psoriasis zelf natuurlijk ook aanleiding zijn tot stress. De kwaliteit van leven kan daardoor ernstig worden aangetast. Deze mensen reageren vaak minder goed op behandeling van hun psoriasis dan mensen die niet zoveel moeite hebben met hun psoriasis. Wanneer ze hiervoor begeleiding krijgen (bijvoorbeeld door een psycholoog) en de stress vermindert, dan kan ook de behandeling van de psoriasis betere resultaten geven.
Mijn vrouw zegt dat ik psoriasis heb omdat ik nogal wat alcohol drink. Kan ze gelijk hebben?
Het gebruik van alcohol kan – vooral bij mannen – een bestaande psoriasis verergeren, maar lijkt het niet te kunnen veroorzaken. Zware drinkers hebben over het algemeen een ernstigere en actievere psoriasis. Natuurlijk kan het overmatig gebruik van alcohol ook een reactie zijn op de stress die het hebben van psoriasis met zich meebrengt. Deze mensen reageren vaak slecht op behandeling, ook al omdat ze zich vaak niet aan de behandelvoorschriften en –adviezen houden.
Heeft roken invloed op psoriasis?
Het percentage vrouwen met psoriasis dat rookt is hoger dan bij vrouwen zonder psoriasis. Of roken psoriasis provoceert of dat de stress van psoriasis meer vrouwen aanzet tot het roken van sigaretten (vergelijkbaar met het meer drinken bij mannen) is niet bekend. Vooral een vorm van psoriasis met pustels (etterpuistjes) in de handpalmen en op de voetzolen (psoriasis palmoplantaris pustulosa) komt tien keer vaker voor bij vrouwen die meer dan 15 sigaretten per dag roken. Onder mannen met psoriasis is het percentage rokers niet verhoogd.
Wat gebeurt er in de huid van psoriasisplekken?
De belangrijkste veranderingen in de huid van psoriasisplekken zijn een toegenomen celdeling van zogeheten keratinocyten in de opperhuid, uitzetten (wijder worden) en toename van bloedvaten in de lederhuid en een ophoping van ontstekingscellen. De toegenomen celdeling is verantwoordelijk voor de witte schilfering van de psoriasisplekken en de toename van de bloedvaten samen met de ontsteking voor de rode kleur daarvan.
Het aantal keratinocyten dat zich in de opperhuid deelt is ongeveer 7x groter dan normaal. De celdeling hiervan wordt gestimuleerd door verschillende zogeheten groeifactoren. De haarvaten (de kleinste bloedvaatjes) in het oppervlakkige deel van de lederhuid (direct onder de opperhuid) zijn uitgezet en verlengd. Er is een viervoudige toename van deze bloedvaatjes. Deze toename lijkt veroorzaakt te worden door stoffen die worden afgescheiden door de keratinocyten in de opperhuid, waaronder groeifactoren voor bloedvaten. In psoriasisplekken is ook een duidelijke toename te zien van verschillende soorten ontstekingscellen. De belangrijkste daarvan zijn geactiveerde T-cellen en neutrofiele granulocyten. Deze cellen lijken een belangrijke rol te spelen bij het ontstaan van psoriasisplekken. Waardoor de T-cellen ‘geactiveerd’ worden is op dit moment nog niet bekend. Men denkt daarbij onder meer aan een auto-immuunreactie, dat wil zeggen dat het immuunsysteem (het afweersysteem) zich tegen de eigen weefsels richt.
Speelt voeding een rol bij psoriasis?
Voeding lijkt geen invloed te hebben op psoriasis en het volgen van een dieet beïnvloedt de ziekte niet.
Met het Koebner fenomeen wordt bedoeld dat op de plaats waar normale huid beschadigd wordt, na gemiddeld 7-14 dagen een psoriasisplek ontstaat. Allerlei soorten beschadiging van de huid kunnen hiervoor verantwoordelijk zijn, zoals schaafplekken, brandwonden, operatiewonden en chemische wonden (bijvoorbeeld door zuren). Ook infecties van de huid (bijvoorbeeld herpes infecties, steenpuisten) en sommige aandoeningen waarbij de huid ontstoken is (bijvoorbeeld eczeem) kunnen een Koebner fenomeen geven. De kans dat er na een beschadiging psoriasis ontstaat wordt geschat op tussen de 40 en 75%. Deze kans is waarschijnlijk het grootst wanneer de psoriasis uitgebreid en actief is, d.w.z. dat er ook spontaan al wat plekken ontstaan. Bij individuele mensen is het een alles of niets fenomeen,
d.w.z. dat wanneer het Koebner fenomeen positief is op een plaats van beschadiging, ook psoriasisplekken zullen ontstaan op alle andere plekken waar de huid beschadigd wordt.
Wanneer er weinig of geen schilfering te zien is op een psoriasisplek, kan deze door er overheen te krabben zichtbaar gemaakt worden. Dit verschijnsel is karakteristiek voor psoriasis en heet het kaarsvetfenomeen. Dit verschijnsel kan worden gebruikt om de diagnose psoriasis te stellen wanneer de huidafwijkingen niet klassiek zijn voor psoriasis.
Wanneer de schilfering op een psoriasisplek door krabben steeds verder verwijderd wordt, wordt op een gegeven moment een vochtig rood oppervlak gezien met daarin puntvormige bloedingen. Dit verschijnsel is karakteristiek voor psoriasis en heet het teken van Auspitz. De oorzaak hiervan is dat de bloedvaatjes bij psoriasis zeer dicht onder de huid liggen en dus snel kapot gekrabd worden. Dit fenomeen kan worden gebruikt om de diagnose psoriasis te stellen wanneer de huidafwijkingen niet klassiek zijn voor psoriasis.
Rond een psoriasisplek is soms een blekere ring in de huid te zien. Deze halo of ring van Woronoff ontstaat doordat de bloedvaten daar dichtgeknepen zijn. Daardoor is er op die plaats minder bloed in de huid en dat verklaart de bleke kleur. De oorzaak van dit fenomeen is niet goed bekend.
Achter de naam psoriasis staan vaak nog andere (Latijnse) namen. Wat betekenen deze?
Latijnse namen worden vaak gebruikt om de vorm van de psoriasisplekken te beschrijven:
- Psoriasis punctata. Puncta = punt. De allerkleinste ‘puntvormige’ psoriasisplekjes.
- Psoriasis guttata. Gutta = druppel. ‘Druppelgrote’ psoriasisplekken.
- Psoriasis nummularis. Numma = munt. Psoriasisplekken die zo groot zijn als munten.
- Psoriasis en plaques. Plaques is Frans en betekent plakkaten. Dit is de meest voorkomende vorm van psoriasis vulgaris. Wordt in Nederland plaque psoriasis genoemd
- Psoriasis figurata. Psoriasis met (soms bizarre) figuren door het samenvloeien van plekken.
- Psoriasis erytrodermie. Erythros = rood. Derma = huid. De hele huid of bijna de gehele huid is door psoriasis aangedaan.
- Psoriasis unguium. Nagelafwijkingen die bij psoriasis horen.
- Psoriasis capitis. Psoriasis op het behaarde hoofd.
- Psoriasis inversa. ‘Omgekeerde psoriasis’: Psoriasis in de plooien (oksels, liezen, bilspleet, buikplooi, navel, onder de borsten)
- Psoriasis annularis. Annulus = ring. Psoriasis met ringvormige plekken.
- Psoriasis palmoplantaris. Palma = handpalm. Planta = voetzool. Psoriasis van de handpalmen en de voetzolen.
- Psoriasis pustulosa. Psoriasis met pustels = etterpuistjes
- Psoriasis artropathica. Psoriasis die gepaard gaat met gewrichtsafwijkingen die bij psoriasis horen (= artritis psoriatica)
Psoriasis guttata is een vorm van psoriasis waarbij in relatief korte tijd (enkele dagen tot weken) een uitslag van kleine ‘druppelgrote’ (gutta = druppel) psoriasisplekjes ontstaat. Dit beeld wordt vooral gezien bij kinderen en jonge volwassenen en wordt meestal geprovoceerd door een keelinfectie met streptokokken (angina). In het begin is er weinig schilfering, die wel zichtbaar gemaakt kan worden door er overheen te krabben (het kaarsvetfenomeen). De plekjes zijn rond of iets ovaal en hebben een grootte tussen 2 millimeter en 1 centimeter. Ze zijn min of meer regelmatig over het lichaam verdeeld met een voorkeur voor de romp en de bovenarmen en bovenbenen, maar komen ook regelmatig voor in het gezicht en op het hoofd. Soms ontstaan er maar een stuk of 10 plekjes, maar meestal is er sprake van een uitgebreid beeld met wel meer dan 100 psoriasisplekjes. Deze vorm van psoriasis zal vaak spontaan genezen, maar kan ook overgaan in een plaque psoriasis.
Wat is een instabiele psoriasis?
Met instabiele psoriasis wordt een vorm van psoriasis bedoeld die gekenmerkt wordt door een grote mate van activiteit, dat wil zeggen dat er vele nieuwe plekken bijkomen. Ook het optreden van pustels (etterpuistjes) wijst op instabiliteit. Soms ontstaat zoiets spontaan, zonder aanwijsbare reden. Dit fenomeen kan echter ook het gevolg zijn van een te agressieve behandeling met bijvoorbeeld teer, ditranol of ultravioletbestraling. Ook het plotseling stoppen van het gebruik van tabletten of zalven met corticosteroïden (bijnierschorshormonen), calciumgebrek in het bloed, een acute infectie en misschien zelfs stress kunnen aanleiding zijn tot het ontstaan van instabiele psoriasis.
Wat is een psoriasis erytrodermie?
Bij een psoriasis erytrodermie (erythros = rood, derma = huid) is nagenoeg de gehele huid aangedaan met psoriasisplekken. Er zijn twee vormen. In de eerste vorm ontstaat de erytrodermie uit plaque psoriasis die zich geleidelijk uitbreidt tot nagenoeg de gehele huid is aangedaan. Ofschoon de schilfering minder uitgesproken is en minder karakteristiek dan bij plaque psoriasis, blijven vele kenmerken van psoriasis behouden. De mensen die dit hebben zijn niet ziek en deze vorm is vrij goed te behandelen.
In de tweede vorm ontstaat een psoriasis erytrodermie uit een instabiele psoriasis en kan als de ernstigste vorm daarvan beschouwd worden. Dit beeld wordt vaker gezien bij mensen die naast hun psoriasis ook artritis psoriatica hebben en bij hen die eerder een gegeneraliseerde psoriasis pustulosa hadden. Infecties, calciumgebrek in het bloed, het gebruik van tabletten tegen malaria, behandeling met teer en vooral het plotseling stoppen van het gebruik van tabletten met corticosteroïden (bijnierschorshormonen, bijvoorbeeld prednison) kunnen aanleiding zijn tot het ontstaan van deze vorm van erytrodermie. De mensen die dit hebben zijn vaak ziek met koorts en hebben heftige jeuk. De vooruitzichten zijn ook minder goed. Deze erytrodermie is moeilijk te behandelen en komt na genezing vaak terug. Een enkeling zal er aan overlijden.
Psoriasis inversa is psoriasis in de plooien. Tot de plooien behoren de liezen, de oksels, de bilspleet, de navel, de plooien onder de borsten, de buikplooi, en de plooi achter de oren. De schilfering is daarbij meestal aanzienlijk minder of afwezig. De kleur is felrood en de begrenzing scherp. Pijnlijke kloven treden vaak op, vooral in de bilspleet. Bij veel zweten kan een wittige verkleuring gezien worden, de zogeheten maceratie. Psoriasis inversa kan spontaan ontstaan bij iemand met psoriasis, maar ook als gevolg van bijvoorbeeld een schimmelinfectie op die plaats (het Koebner fenomeen).
Ik heb psoriasis en ook afwijkingen aan mijn nagels. Kan dat er bij horen?
Psoriasis van de nagels (psoriasis unguium) komt bij 25-50% van alle mensen met psoriasis voor. De kans op het ontstaan daarvan is groter bij mensen ouder dan 40 jaar en mensen die ook artritis psoriatica hebben. De ernstiger vormen worden vooral gezien wanneer de psoriasis op jonge leeftijd is ontstaan en wanneer psoriasis ook in de familie voorkomt. Het meest voorkomende verschijnsel is kleine putjes in de nagel (die overigens ook bij mensen zonder psoriasis kunnen voorkomen). Daarnaast kan de nagel verkleuren en zit er vaak schilfering onder, waardoor deze aan het uiteinde loslaat van het nagelbed (onycholysis). Een enkele keer zijn er blauwe streepjes te zien, dat zijn kleine bloedinkjes onder de nagel. Karakteristiek voor nagelpsoriasis is een ronde oranje-gele vlek onder de nagel, het zogeheten olievlekfenomeen.
Artritis psoriatica is een vorm van reuma die hoort bij de ziekte psoriasis. Voor meer informatie verwijzen wij u graag naar de folder over artritis psoriatica van het reumafonds.
Ik heb een vitamine D zalf gekregen van mijn arts. Wat is dat en werkt dat goed?
Vitamine D3-afgeleiden zijn geneesmiddelen die voor de lokale behandeling (op de plekken zelf aanbrengen) van psoriasis gebruikt worden. In Nederland zijn de van vitamine D3 afgeleide stoffen calcipotriol en calcitriol beschikbaar. Calcipotriol (merknaam Daivonex) is er als crème, zalf en lotion. Calcitriol (merknaam Silkis) is er alleen als zalf.
De werking van deze medicijnen berust waarschijnlijk op de remming van de celdeling van keratinocyten in de huid, die bij psoriasis verhoogd is en op de uitrijping daarvan. Ook hebben ze een gunstige invloed op de ontsteking in de psoriasisplekken. (Wat gebeurt er in de huid van psoriasisplekken?).
De vitamine D3-afgeleiden zijn de meest voorgeschreven medicijnen voor psoriasis. Ze worden bij voorkeur tweemaal per dag worden aangebracht en zijn tenminste zo effectief als of beter werkzaam dan de andere lokale geneesmiddelen, behalve de sterkwerkende corticosteroïden. Deze middelen beginnen na 2-4 weken zichtbare resultaten te krijgen. Eerst vermindert de schilfering, daarna worden de plekken vlakker en als laatste effect vermindert de roodheid. Het maximale resultaat wordt na ongeveer 6-8 weken bereikt. Calcipotriol geeft een gemiddelde verbetering van de PASI (Psoriasis Area and Severity Index, een maat voor de uitgebreidheid en de ernst van psoriasis) van 60% na 8 weken. Daarna blijft het resultaat behouden, tenminste wanneer doorbehandeld wordt. Bij ongeveer 75% van de mensen wordt met calcipotriol een duidelijke verbetering bereikt. De zalf werkt iets beter dan de crème.
Wat zijn de bijwerkingen van vitamine D zalven?
De meest voorkomende bijwerking is irritatie van de huid, vooral op het gezicht en in de plooien. Dit treedt bij ongeveer 20% van de behandelde mensen op, wat vaker met calcipotriol dan met calcitriol. Soms is de irritatie van de huid zo erg, dat de behandeling daardoor enige tijd moet worden onderbroken. Wanneer er erg veel van de zalf of crème gebruikt wordt, dan kan het geneesmiddel in het bloed terecht komen. Een mogelijk gevolg daarvan is dat er te veel calcium in het bloed (hypercalciëmie) en in de urine (hypercalciurie) terechtkomt. De kans daarop is klein wanneer er door een volwassene niet meer dan 100 gram Daivonex crème of 60 ml Daivonex lotion wordt gebruikt. Voor kinderen tussen 6 en 12 jaar wordt een maximum van 50 gram zalf en voor kinderen tussen de 12 en 18 jaar van 75 gram zalf per week aanbevolen. Van de Silkis zalf mag door volwassenen maximaal 200 gram per week worden gebruikt.
Op langere termijn zijn deze preparaten, wanneer de maximaal toegestane hoeveelheden niet overschreden worden, veilig.
Hoe werken hormoonzalven bij psoriasis?
De drie belangrijkste effecten van deze geneesmiddelen zijn remming van een ontstekingsreactie in de huid, remming van de celdeling en dichtknijpen van zeer kleine bloedvaatjes (vasoconstrictie). Dit verklaart, waarom dermatocorticosteroïden effectief zijn bij de behandeling van psoriasis. Bij psoriasis is er immers een ontstekingsreactie in de huid, is de celdeling toegenomen en zijn de bloedvaatjes uitgezet (Wat gebeurt er in de huid van psoriasisplekken?).
Werken alle hormoonzalven even goed?
Neen, Tussen sommige middelen zit een duidelijk verschil in effectiviteit. De dermatocorticosteroïden worden naar hun sterkte ingedeeld in vier klassen:
Klasse 1 = zwak werkzaam
Klasse 2 = matig sterk werkzaam
Klasse 3 = sterk werkzaam
Klasse 4 = zeer sterk werkzaam
De grenzen tussen deze klassen zijn niet scherp en vooral bij de nauwkeurigheid van de indeling voor preparaten van klasse 2 en 3 kunnen vraagtekens worden gezet.
Klasse 1
hydrocortisonacetaat 1%
Klasse 2
clobetason (butyraat) 0,05% (Emovate ®)
flumetason 0,02% (Locacorten ®, Locasalen ®)
hydrocortisonbutyraat 0,1% (Locoid ®)
triamcinolonacetonide 0,1% (FNA)
Klasse 3
betamethasondipropionaat
0,05% (Diprosone ®)
betamethasonvaleraat
0,1% (FNA, Betnelan ®, Celestoderm ®)
desoximetason 0,25% (Ibaril ®Topicorte ®)
diflucortolon 0,1% (Nerisona ®)
fluticason (crème 0,05%, zalf 0,005%) (Cutivate ®)
mometason 0,1% (Elocon ®)
Klasse 4
betamethasondipropionaat 0,05% in propyleenglycol
(Diprolene ®)
clobetasol (propionaat) 0,05% (Dermovate ®)
De werkzaamheid van een geneesmiddel met een corticosteroïd op de psoriasisplekken hangt niet alleen af van welk dermatocorticosteroïd gebruikt wordt, maar ook van de toedieningsvorm en van de toestand van de huid. De indruk bestaat dat zalven iets beter werken dan crèmes, en dat crèmes op hun beurt wat effectiever zijn dan lotions. Aan sommige preparaten zijn stoffen toegevoegd zoals salicylzuur, ureum en propyleenglycol, met het doel om de corticosteroïden beter in de huid te laten binnendringen (de penetratie te bevorderen). Op plaatsen waar de huid dun is zoals de plooien, de geslachtsorganen, de oogleden en het voorhoofd zal er meer van het corticosteroïd in de huid worden opgenomen (en werkt dus sterker) dan op plaatsen met een dikke huid zoals de handpalmen en de voetzolen.
Ik hoor allemaal enge verhalen over de bijwerkingen van hormoonzalven. Zijn die terecht?
Bij veel mensen bestaat grote angst voor en soms afkeer van het gebruik van corticosteroïden. Dat komt omdat iedereen wel eens gehoord heeft van de bijwerkingen van deze geneesmiddelen en ze in de bijsluiter breed uitgemeten worden. Inderdaad zijn sommige bijwerkingen niet zeldzaam en kunnen soms ook ernstige bijwerkingen optreden. Deze geneesmiddelen worden echter al zeer lang gebruikt en door op de juiste wijze te behandelen kunnen ernstige en onherstelbare behandelingen eigenlijk altijd worden voorkomen. Men hoeft dus echt niet bang te zijn voor behandeling met dermatocorticosteroïden.
Welke bijwerkingen kunnen hormoonzalven veroorzaken?
Er zijn twee soorten bijwerkingen van corticosteroïden: lokale en systemische bijwerkingen. Lokaal wil zeggen op de plaats waar de zalf gesmeerd wordt. Systemische bijwerkingen ontstaan doordat er (te) veel van het middel gesmeerd wordt, waardoor de corticosteroïden in het bloed terechtkomen.
Lokale bijwerkingen
Lokale bijwerkingen ontstaan voornamelijk wanneer de hormoonzalven langdurig elke dag of bijna elke dag gesmeerd wordt. Tot de bijwerkingen die niet zeldzaam zijn behoren de volgende:
- Atrofie. Dit is een verdunning van de huid.
- dermatitis perioralis en dermatitis periocularis. Dit is een uitslag rond de mond (peri = rondom, oralis = van de mond) of rond de ogen (ocularis = van de ogen)
- Striae. Dit zijn de striemen zoals die kunnen optreden op de buik van vrouwen tijdens en na een zwangerschap. Deze striae als bijwerking van het gebruik van corticosteroïden worden vooral gezien in de liezen, de oksels en de elleboogplooien, met name bij mensen in de leeftijdscategorie van 17-22 jaar (adolescenten)
- Teleangiëctasieën (couperose). Dit zijn fijne rode adertjes. Het gezicht (vooral de wangen) is erg gevoelig voor het optreden van deze bijwerking
- Het onherkenbaar worden van een schimmelinfectie (tinea incognito). De kenmerkende afwijkingen van een schimmelinfectie worden door het corticosteroïd onderdrukt
Tot de bijwerkingen die relatief zelden voorkomen behoren:
- acneïforme eruptie: een op acne lijkende uitslag in het gezicht
- contactallergie: men wordt overgevoelig voor het corticosteroïd of een van de stoffen in het gebruikte preparaat (allergisch contacteczeem)
- granuloma gluteale infantum: een speciale vorm van een schimmelinfectie door behandeling van luieruitslag in de liezen (niet wanneer het echt psoriasis is in de liezen)
- hypertrichose: toename van haartjes, vooral op het gezicht van vrouwen
- hypopigmentatie: lichter worden van de huid
- purpura en ecchymosen: kleinere en grotere bloeduitstortingen in de huid, doordat de kleine bloedvaatjes verzwakt zijn door het gebruik van corticosteroïden
- verergering van bestaande infecties: de normale (en nuttige) afweer tegen infecties wordt door de corticosteroïden onderdrukt
- vertraagde genezing van wonden
- rebound fenomeen: na het staken van de corticosteroïden komt de psoriasis erger terug
De kans op het optreden van deze lokale bijwerkingen wordt sterk verminderd door in de onderhoudsfase intermitterend (3-4 dagen per week wel, 4-3 dagen niet) te gaan behandelen. Op deze wijze wordt ook langdurige behandeling als veilig beschouwd.
Systemische bijwerkingen
Systemische bijwerkingen kunnen ontstaan wanneer ten gevolge van langdurige behandeling met (te) grote hoeveelheden corticosteroïden er (te) veel daarvan door de huid wordt opgenomen en in het bloed terecht komt. Corticosteroïden zijn hormonen die ook worden geproduceerd door de bijnier en wanneer er veel van deze hormonen in het bloed komen door behandeling met hormoonzalven, kan dit aanleiding geven tot het zogeheten syndroom van Cushing
De belangrijkste symptomen daarvan zijn gewichtstoename, vollemaansgezicht, dunne kwetsbare huid, slechte wondgenezing en psychische veranderingen. Wanneer de behandeling met de corticosteroïden plotseling gestopt wordt, ontstaat er juist een gebrek aan bijnierschorshormonen. De langdurige behandeling met dermatocorticosteroïden en de opname daarvan in het bloed door de huid heeft de bijnier namelijk ‘lui’ gemaakt en de werking ervan is dan onderdrukt. Door deze bijnierschorsinsufficiëntie ontstaat de ziekte van Addison. De belangrijkste symptomen daarvan zijn algehele moeheid en zwakte, bruine verkleuring van de huid, gewichtsverlies, zouthonger en lage bloeddruk. Andere mogelijke systemische bijwerkingen zijn osteoporose (poreus worden van de botten), oogafwijkingen zoals glaucoom (verhoogde oogboldruk) en cataract (staar), aseptische botnecrose (het afsterven van een stukje bot) en bij kinderen remming van de lengtegroei.
Hoe worden systemische bijwerkingen voorkomen?
Bij volwassenen zijn systemische bijwerkingen zeldzaam, zeker indien men zich houdt aan de maximaal toegestane hoeveelheden (zie verder). Bij kinderen ontstaan systemische bijwerkingen eerder, omdat ze in relatie tot hun lichaamsgewicht een groter huidoppervlak hebben dan volwassenen.
Dat is de reden dat kinderen met zwakkere corticosteroïden worden behandeld dan volwassenen en de toegestane hoeveelheden beperkt zijn. Ook zal de dermatoloog zo snel mogelijk met het zwakst mogelijke corticosteroïd gaan behandelen en intermitterend (d.w.z. 3-4 dagen per week behandelen, 4-3 dagen per week geen behandeling of een andere behandeling).
Bij langdurig (meer dan 3 maanden), intensief gebruik van lokale corticosteroïden moet de ontwikkeling van de lichaamslengte gecontroleerd worden door om de drie maanden de lengte te meten en in een curve uit te zetten. Ook voor kinderen geldt echter dat, indien men de maximum te smeren hoeveelheden niet overschrijdt (waarbij ook gerekend worden de hormonen die geïnhaleerd worden en als tabletten worden toegediend, bijvoorbeeld bij astma), de kans op systemische bijwerkingen gering is.

